Maandag 29-07
Vanmorgen bijtijds op, ik wil met Dylan eindelijk eens al die
kabels die over de vloer liggen, van het computernetwerk weg gaan
werken. Om half negen schiet me echter te binnen dat we om tien
uur een afspraak hebben met de maatschappelijk werkster in het
WKZ. Dus om negen uur bel ik Nonja en Lilian wakker, met de
blijde boodschap dat de nieuwe dag weer begonnen is en dat ik er
kwart voor tien ben en dat we om tien bij Jet moeten zijn, nou ze
klinken allebei nog knap stoffig, dat gaat woensdag wat worden
als we om tien uur in de Hoogstraat verwacht worden. Voor ik
vertrek haal ik Dylan nog even uit bed, dan kan hij rustig
ontbijten en even bijkomen voor we starten. Als ik arriveer is
Nonja net aan het wassen. We horen dan ook dat Nonja in de loop
van de dag zal moeten verhuizen naar een andere kamer. Op haar
kamer, een kamer met sluis, moet een kindje terechtkomen, die
contact heeft gehad met een kind die waterpokken had. Nonja moet
nu naar een tweepersoonskamer toe. Ze blijft hier wel alleen
liggen, tot ze naar de Hoogstraat verhuist, want zij heeft geen
kamer met sluis meer nodig, omdat ze niet geïsoleerd
verpleegd hoeft te worden.
Wij gaan om tien uur naar Jet toe, dan kan Nonja rustig
ontbijten. Dit is het laatste gesprek in het WKZ. We spreken af
om eind augustus nog even een keer contact met Jet te hebben, om
te kijken of er nog zaken leven en het geheel te evalueren. Op
zich is het wel heel prettig het contact wat we met haar hebben
gehad. De eerste keer denk je bij jezelf, maatschappelijk werk,
waar is dat nou voor nodig. Maar bij het eerste gesprek liepen de
emoties al op. Er blijkt zoveel in je hoofd te zitten, waar een
persoon die er buiten staat zo door heen prikt. Ik vond het wel
heel fijn dat deze mogelijkheid geboden werd en er automatisch
een afspraak voor je gemaakt wordt Om elf uur ga ik weer naar
Dylan toe en een kwartier later gaan we aan de slag. Dat wordt
nog even doorwerken, want om half twee is er een afspraak gemaakt
met de plastisch chirurg om de wonden te bekijken en te beslissen
wat we verder gaan doen. Tussen de bedrijven door wordt er nog
gebeld, zodat we enigszins vochtig door het extreme klimaat om
kwart over een in de auto stappen. Alles is weer weggewerkt.
Bij Nonja aangekomen, komt de plastisch chirurg ook binnen,
een man van de klok, zoals Jet al zei. We pakken de wonden uit en
weer in in een recordtijd van tien minuten, wel wat anders dan in
het begin. Hierna gaan we eerst even apart met hem in gesprek.
Het is duidelijk dat we niet aan transplantatie ontkomen, of
liever gezegd Nonja, dus spreken we af dat hij haar op de
wachtlijst zal zetten. Lilian maakt zich bezorgd over het feit
dat Nonja weer onder narcose moet en opnieuw geintubeerd moet
worden. We spreken in elk geval af dat als Nonja al thuis is, als
ze aan de beurt is, dat het in dagverpleging gaat gebeuren, zodat
ze niet in het ziekenhuis hoeft te blijven. Over drie weken
zullen we op controle komen, zodat dan gezien wordt hoe het eruit
ziet, kort voor opname.
Als we terugkomen op de kamer vertel ik Nonja wat we
afgesproken hebben, moeilijk moment voor haar, gelukkig wordt ze
een beetje door Dylan getroost, die zegt dat als ze
transplantaties krijgt de wonden ook eerder genezen zijn en ze
eerder naar school kan. Hierna gaan wij weer weg, kijken voor een
nieuwe tv voor hem. Lilian vindt het maar moeilijk dat hij
hierbij een andere keuze maakt, als wij zouden doen, maar hij
zich, Mam, waar bemoei je je mee, ik werk er toch zelf voor en
daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. In de winkel blijkt
helaas zijn keuze niet in voorraad en moet hij bestellen. Wel
nemen we vast alle kabeltjes mee, die hij nodig heeft en een
nieuwe afstandsbediening voor zijn oude tv, die nu naar
Nonja’s kamer gaat. Hierna naar de Gamma voor hout om een
kastje te maken waar zijn tv op moet komen, hierin moet al een
plankje voor een video recorder, die als volgende op zijn lijstje
staat. Thuis gekomen, komt Han even aanwippen, die de honden aan
het uitlaten is. Al met al is de klus net geklaard voor kwart
over zes, zodat we nog net op tijd voor het restaurant sluit in
het ziekenhuis zijn.
Na het eten komen Agnes met Frans en Iris op bezoek. Nonja
moet haar loopkunsten vertonen. Ze heeft vandaag een rollator
gekregen, dit loopt veel makkelijker als de loopfiets die ze had.
Ze heeft dan ook vandaag twee maal anderhalve ronde over de
afdeling gemaakt, 75 meter dus achterelkaar. Sávonds geeft
ze een kleine demonstratie, anders wordt het haar een beetje
teveel. Hierna gaan we naar buiten naar het terras, waar we tot
kwart voor tien blijven, met koffie, thee en bouillon. Terug op
de kamer bekijkt Agnes nog snel even een paar foto’s, als
Nonja vraagt of daar ook de foto’s van Frankrijk bij
zitten. Ineens heeft ze het idee dat ze wil zien hoe ze erbij
gelegen heeft. We vragen of ze dit echt wel wil, het is geen leuk
gezicht wat je te zien krijgt, maar ze is er zeker van. Eerst dus
maar begonnen met het laatste stuk, op de kinderafdeling, toen ze
van de beademing af was. Hierna van Nefro III, ook eerst degenen
die gemaakt zijn nadat ze van de beademing af was, hierna degenen
dat ze aan de beademing lag. Als laatste wil ze ook de
foto’s zien van het begin. Ze schrikt hier wel van. Ze ligt
hierop aan negen spuitpompen, twee infuuspompen, twee pompen voor
de dialyse, een groot dialyse apparaat naast haar, geintubeerd,
met de ogen met pleister dicht geplakt en overal grote blauwe
bloeduitstortingen. Ze is erg onder de indruk en begrijpt nu hoe
slecht het met haar gegaan is. Wij leggen de nadruk op het feit
dat het nu weer zo goed met haar gaat en dat ze aan haar laatste
etappe gaat beginnen. Ze zegt met tranen in haar ogen, dat als
het niet zo was gegaan, dat ze maar liever niet wakker geworden
was. Ze moet er niet aan denken, dat ze haar hele leven
afhankelijk zou zijn geweest. Ik leg haar uit, dat ik dat
inderdaad de tweede dag met de professor, die haar behandelde,
heb besproken, omdat ik al dacht dat ze daar zo over zou denken
en ik ook niet met een plant als dochter zou kunnen leven.
Als er echt zware hersenschade zou zijn geweest, wilde ik het
liefst dat ze de behandeling zouden staken. Gelukkig werd ik
hierin redelijk gerust gesteld, en vanaf dat moment had ik er ook
rotsvast vertrouwen in dat ze cerebraal niets mankeerde. Iets
waarin ik door haar reacties, ook al lag ze aan de beademing,
steeds gesterkt werd. Ik vertel haar dit ook en vertel dat ik de
eerste periode heel vel met haar gepraat heb, steeds weer
vertellen hoe laat het was, wat wij deden, hoe het weer was, alle
kaarten voorlezen. Opvallend was ook dat ze meteen toen ze van de
beademing af was, weer een redelijk normaal dag- nachtritme had.
Dat was een emotionele afsluiting van de visite van Agnes. Nonja
zegt nog dat ze het erg zielig voor ons vindt dat wij dit
allemaal mee hebben moeten maken. Ze weet er zelf niets van, maar
dat leest ze later wel. Ik vertel dat we inderdaad veel gehuild
hebben bij haar, net zoals Agnes nu, als ze dit allemaal
aanhoort. Maar dat is helemaal niet erg, daar ga je alleen maar
meer door van elkaar houden. Om half elf breng ik Agnes even naar
de fietsenstalling, even napraten. Dan snel terug naar Nonja,
waar inmiddels de avondzuster is aangeschoven en nog meer
herinneringen worden opgehaald aan hoe het was. Tussen de
bedrijven door begin ik vast met de verzorging van Nonja. Om elf
uur doen we het licht uit en gaan Dylan en ik naar huis. We nemen
vast alles mee, wat niet naar de Hoogstraat hoeft. We zijn om
half twaalf thuis. Vandaar dat het verslag ook pas de volgende
dag getypt wordt, ik had even wat ruimte voor mezelf nodig.
XXX Lilian en Roel
Submenu
|