Nonja Drost, meningitis in frankrijk
Bestellen
Dyon Frankrijk, 2002 > Maandag 29-07

Maandag 29-07

Vanmorgen bijtijds op, ik wil met Dylan eindelijk eens al die kabels die over de vloer liggen, van het computernetwerk weg gaan werken. Om half negen schiet me echter te binnen dat we om tien uur een afspraak hebben met de maatschappelijk werkster in het WKZ. Dus om negen uur bel ik Nonja en Lilian wakker, met de blijde boodschap dat de nieuwe dag weer begonnen is en dat ik er kwart voor tien ben en dat we om tien bij Jet moeten zijn, nou ze klinken allebei nog knap stoffig, dat gaat woensdag wat worden als we om tien uur in de Hoogstraat verwacht worden. Voor ik vertrek haal ik Dylan nog even uit bed, dan kan hij rustig ontbijten en even bijkomen voor we starten. Als ik arriveer is Nonja net aan het wassen. We horen dan ook dat Nonja in de loop van de dag zal moeten verhuizen naar een andere kamer. Op haar kamer, een kamer met sluis, moet een kindje terechtkomen, die contact heeft gehad met een kind die waterpokken had. Nonja moet nu naar een tweepersoonskamer toe. Ze blijft hier wel alleen liggen, tot ze naar de Hoogstraat verhuist, want zij heeft geen kamer met sluis meer nodig, omdat ze niet geïsoleerd verpleegd hoeft te worden.

Wij gaan om tien uur naar Jet toe, dan kan Nonja rustig ontbijten. Dit is het laatste gesprek in het WKZ. We spreken af om eind augustus nog even een keer contact met Jet te hebben, om te kijken of er nog zaken leven en het geheel te evalueren. Op zich is het wel heel prettig het contact wat we met haar hebben gehad. De eerste keer denk je bij jezelf, maatschappelijk werk, waar is dat nou voor nodig. Maar bij het eerste gesprek liepen de emoties al op. Er blijkt zoveel in je hoofd te zitten, waar een persoon die er buiten staat zo door heen prikt. Ik vond het wel heel fijn dat deze mogelijkheid geboden werd en er automatisch een afspraak voor je gemaakt wordt Om elf uur ga ik weer naar Dylan toe en een kwartier later gaan we aan de slag. Dat wordt nog even doorwerken, want om half twee is er een afspraak gemaakt met de plastisch chirurg om de wonden te bekijken en te beslissen wat we verder gaan doen. Tussen de bedrijven door wordt er nog gebeld, zodat we enigszins vochtig door het extreme klimaat om kwart over een in de auto stappen. Alles is weer weggewerkt.

Bij Nonja aangekomen, komt de plastisch chirurg ook binnen, een man van de klok, zoals Jet al zei. We pakken de wonden uit en weer in in een recordtijd van tien minuten, wel wat anders dan in het begin. Hierna gaan we eerst even apart met hem in gesprek. Het is duidelijk dat we niet aan transplantatie ontkomen, of liever gezegd Nonja, dus spreken we af dat hij haar op de wachtlijst zal zetten. Lilian maakt zich bezorgd over het feit dat Nonja weer onder narcose moet en opnieuw geintubeerd moet worden. We spreken in elk geval af dat als Nonja al thuis is, als ze aan de beurt is, dat het in dagverpleging gaat gebeuren, zodat ze niet in het ziekenhuis hoeft te blijven. Over drie weken zullen we op controle komen, zodat dan gezien wordt hoe het eruit ziet, kort voor opname.

Als we terugkomen op de kamer vertel ik Nonja wat we afgesproken hebben, moeilijk moment voor haar, gelukkig wordt ze een beetje door Dylan getroost, die zegt dat als ze transplantaties krijgt de wonden ook eerder genezen zijn en ze eerder naar school kan. Hierna gaan wij weer weg, kijken voor een nieuwe tv voor hem. Lilian vindt het maar moeilijk dat hij hierbij een andere keuze maakt, als wij zouden doen, maar hij zich, Mam, waar bemoei je je mee, ik werk er toch zelf voor en daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. In de winkel blijkt helaas zijn keuze niet in voorraad en moet hij bestellen. Wel nemen we vast alle kabeltjes mee, die hij nodig heeft en een nieuwe afstandsbediening voor zijn oude tv, die nu naar Nonja’s kamer gaat. Hierna naar de Gamma voor hout om een kastje te maken waar zijn tv op moet komen, hierin moet al een plankje voor een video recorder, die als volgende op zijn lijstje staat. Thuis gekomen, komt Han even aanwippen, die de honden aan het uitlaten is. Al met al is de klus net geklaard voor kwart over zes, zodat we nog net op tijd voor het restaurant sluit in het ziekenhuis zijn.

Na het eten komen Agnes met Frans en Iris op bezoek. Nonja moet haar loopkunsten vertonen. Ze heeft vandaag een rollator gekregen, dit loopt veel makkelijker als de loopfiets die ze had. Ze heeft dan ook vandaag twee maal anderhalve ronde over de afdeling gemaakt, 75 meter dus achterelkaar. Sávonds geeft ze een kleine demonstratie, anders wordt het haar een beetje teveel. Hierna gaan we naar buiten naar het terras, waar we tot kwart voor tien blijven, met koffie, thee en bouillon. Terug op de kamer bekijkt Agnes nog snel even een paar foto’s, als Nonja vraagt of daar ook de foto’s van Frankrijk bij zitten. Ineens heeft ze het idee dat ze wil zien hoe ze erbij gelegen heeft. We vragen of ze dit echt wel wil, het is geen leuk gezicht wat je te zien krijgt, maar ze is er zeker van. Eerst dus maar begonnen met het laatste stuk, op de kinderafdeling, toen ze van de beademing af was. Hierna van Nefro III, ook eerst degenen die gemaakt zijn nadat ze van de beademing af was, hierna degenen dat ze aan de beademing lag. Als laatste wil ze ook de foto’s zien van het begin. Ze schrikt hier wel van. Ze ligt hierop aan negen spuitpompen, twee infuuspompen, twee pompen voor de dialyse, een groot dialyse apparaat naast haar, geintubeerd, met de ogen met pleister dicht geplakt en overal grote blauwe bloeduitstortingen. Ze is erg onder de indruk en begrijpt nu hoe slecht het met haar gegaan is. Wij leggen de nadruk op het feit dat het nu weer zo goed met haar gaat en dat ze aan haar laatste etappe gaat beginnen. Ze zegt met tranen in haar ogen, dat als het niet zo was gegaan, dat ze maar liever niet wakker geworden was. Ze moet er niet aan denken, dat ze haar hele leven afhankelijk zou zijn geweest. Ik leg haar uit, dat ik dat inderdaad de tweede dag met de professor, die haar behandelde, heb besproken, omdat ik al dacht dat ze daar zo over zou denken en ik ook niet met een plant als dochter zou kunnen leven.

Als er echt zware hersenschade zou zijn geweest, wilde ik het liefst dat ze de behandeling zouden staken. Gelukkig werd ik hierin redelijk gerust gesteld, en vanaf dat moment had ik er ook rotsvast vertrouwen in dat ze cerebraal niets mankeerde. Iets waarin ik door haar reacties, ook al lag ze aan de beademing, steeds gesterkt werd. Ik vertel haar dit ook en vertel dat ik de eerste periode heel vel met haar gepraat heb, steeds weer vertellen hoe laat het was, wat wij deden, hoe het weer was, alle kaarten voorlezen. Opvallend was ook dat ze meteen toen ze van de beademing af was, weer een redelijk normaal dag- nachtritme had. Dat was een emotionele afsluiting van de visite van Agnes. Nonja zegt nog dat ze het erg zielig voor ons vindt dat wij dit allemaal mee hebben moeten maken. Ze weet er zelf niets van, maar dat leest ze later wel. Ik vertel dat we inderdaad veel gehuild hebben bij haar, net zoals Agnes nu, als ze dit allemaal aanhoort. Maar dat is helemaal niet erg, daar ga je alleen maar meer door van elkaar houden. Om half elf breng ik Agnes even naar de fietsenstalling, even napraten. Dan snel terug naar Nonja, waar inmiddels de avondzuster is aangeschoven en nog meer herinneringen worden opgehaald aan hoe het was. Tussen de bedrijven door begin ik vast met de verzorging van Nonja. Om elf uur doen we het licht uit en gaan Dylan en ik naar huis. We nemen vast alles mee, wat niet naar de Hoogstraat hoeft. We zijn om half twaalf thuis. Vandaar dat het verslag ook pas de volgende dag getypt wordt, ik had even wat ruimte voor mezelf nodig.

XXX Lilian en Roel

Submenu