Un 31-05-2002
Artikel uit Utrechts Nieuwsblad van 31-05-2002 'Ik zag Nonja opeens onderuitzakken'
Van een onzer verslaggevers
UTRECHT/DIJON Het Utrechtse meisje Nonja Drost (12) ligt met
meningitis in een Frans ziekenhuis. Het was kantje boord, nadat ze
tijdens de vakantie werd besmet. Haar ouders Roel en Lilian Drost,
allebei verpleegkundigen, herkenden de symptomen niet. Ze houden een
dagboek bij op internet. Om alles van zich af te schrijven én te
waarschuwen. "Je moet niet wachten met inenten".
"We kwamen terug van een skivakantie in Val Thorens. Nonja was
grieperig, ze had hoofdpijn en koorts. In m'n spiegeltje zag ik haar
opeens onderuitzakken. Ze kon niet meer ademhalen, ik hoorde haar een
snorkelend geluid maken. Ik trapte onmiddellijk op de rem, we trokken
haar de auto uit en legden haar plat neer. Nonja was spierwit, we
voelden geen pols, ik dacht echt dat ze dood was. Dylan ging half op de
autoroute staan om verkeer tegen te houden. Zijn vriend, die ook
meeging op vakantie, rende naar een restaurant om hulp te halen. Een
ambulance bracht Nonja naar een klein ziekenhuis in Beaune, vlakbij
Dijon. Daar konden ze niet ontdekken wat er aan de hand was, maar
toen Nonja opeens overal bloeduitstortingen kreeg, was het helder:
meningitis. Nog binnen het uur ging ze per ambulance met 170 kilometer
per uur naar het academisch ziekenhuis in Dijon. Haar toestand was
kritiek. Deze bijzondere vorm van meningitis C kan de ernstigste
infecties geven. Alles kan aangetast worden: hart, longen, nieren, noem
maar op. Als je pech hebt, ben je binnen twee uur dood. Een paar dagen
later werd een kind binnengebracht met wie het inderdaad misging, dat
gebeurt in zeventig procent van de gevallen. Nonja heeft aan
complicaties alles gehad wat je je maar kan voorstellen. Een paar dagen
terug kreeg ze nog een hartstilstand en vervolgens een klaplong. Maar
ze is er nog steeds, het is onvoorstelbaar". "In eerste instantie stuurden we faxen naar vrienden en
familie om ze op de hoogte te houden. Bellen is ondoenlijk en bovendien
te duur. Maar het faxapparaat stond bij een vriend op z'n werk, en dat
raakte verstopt. Een andere vriend, Jan van der Mars, bood aan een
website te maken, waar we hem ontzettend dankbaar voor zijn. Er komen
heel veel reacties, die ons weer de moed en energie geven om door te
gaan. Ik ben blij als ik zie dat collega's op de site kijken. Een
collega die ons belde, begon na een minuut al te huilen. Ik kan me
voorstellen dat mensen moeilijk de telefoon pakken. De site is een
goeie uitlaatklep. Je kan in het ziekenhuis niks doen, zit maar een
beetje voor Piet Snot in de gang te wachten. Jan begrijpt dat. Hij
heeft ooit een kind verloren en zegt: het is goed als je je verhaal
kwijt kan. Ik kan me voorstellen dat mensen het curieus vinden dat je
een website begint. Maar we nemen het voor lief dat we hierdoor een
beetje publiek bezit worden, sterker nog: via de site kunnen we ook
informatie geven over meningitis. Nederlanders mogen best worden
gewaarschuwd, ik heb gehoord dat er in dit gedeelte van Frankrijk nog
twee Nederlandse kinderen in het ziekenhuis zijn beland. Als onze
kinderen waren gevaccineerd, was dit niet gebeurd. Je denkt van
tevoren: meningitis, ach, dat overkomt ons niet. En dan overkomt het je
wel. Mijn vrouw en ik zijn allebei verpleegkundigen, maar we herkenden
de symptomen niet eens. Je moet niet wachten met inenten, zeker niet
als je op vakantie gaat, dat risico moet je niet lopen. We hebben geen
idee hoe Nonja is besmet. Ze hebben in ieder geval de kinderen die bij
haar in het skiklasje zaten opgespoord en alsnog gevaccineerd. Iedereen
in het ziekenhuis is ook gevaccineerd. Het idiote is dat onze zoon
Dylan niet is besmet, het is een raadsel. Toch moet Dylan het nu
ontzettend moeilijk hebben. Hij is alleen thuis in Utrecht, met mijn
moeder. Maar zondag komt de familie gelukkig hiernaartoe". Positief "Het is de negentiende dag dag dat we hier zijn. Het
is allemaal natuurlijk dieptriest, maar ik ben positief en er gebeurt
ook iedere dag wel iets leuks. Een vrouw die bij de telefooncentrale
werkt, laat ons bijvoorbeeld haar computer gebruiken voor het versturen
van het dagboek. Dat is echt fantastisch. Donderdag brachten ze daar
nog pasta en salade. Het is sowieso een geweldig ziekenhuis. Nonja's
bloeddruk kelderde 's nachts een keer en binnen een mum van tijd
stonden er vijftien mensen bij haar in de kamer. Haar temperatuur was
41.7 en ze werd helemaal in het ijs gelegd. Personeel kneep zelfs in
een plastic zak aan het infuus om het vocht zo snel mogelijk naar
binnen te krijgen. Het lijkt nu eindelijk wat beter te gaan met Nonja.
Haar nieren beginnen weer te werken, misschien kan ze snel van de
beademing af. Ze komt nu een beetje uit de narcose, merkt dat we er
zijn. Ik hoop dat we over een week of twee weer naar Nederland kunnen.
Het is ongelooflijk dat ze al zover is gekomen. Het is een beer van een
meid, dat is denk ik haar geluk geweest".
|